Vorig weekend was het dus zover. Drie dagen mtb’en van Villard de Lans (Massif du Vercors) via Duc en Diois (Drôme) naar Gap (Hautes-Alpes). U begrijpt het al, het zou zoeken worden om een meter plat te vinden, ik vermoed zelfs dat de inboorlingen van ginds grote ogen zouden trekken bij de platheid van de ons bekende fietsgronden.
Met vier moedige zielen (buur Tom had moeten afhaken vanwege knieproblemen) vertrokken we woensdag om via een nachtelijke tussenstop(slaap) door te rijden naar de startplaats. In Villard de Lans kwamen van alle kanten auto’s met mtb’s tevoorschijn, het ene exemplaar nog indrukwekkender dan het andere. Wat meteen opviel was het grote aantal belgen die blijkbaar de weg naar de Raid gevonden had. Gelukkig had ervaringsdeskundige Tom(2) een hotel geboekt om nog één nachtje rustig te kunnen slapen. Nadat de auto naar Gap verplaatst was en de fietsen op punt waren gezet, was er niet veel tijd meer over en doken we onze nest in.
We hadden aan de hotelbalie gevraagd om te kunnen ontbijten om 6.30 u. , wat gelukkig maar uitzonderlijk ok was. Eerlijk gezegd kreeg ik niet echt veel door mijn keel en had evenals Brecht af te rekenen met een stevige portie zenuwen. Wat de komende dag op de menukaart stond was dan ook niet min: een tocht van ongeveer 100 km met ongeveer 3000 hoogtemeters. Nadat de bagage afgeleverd was kon het startschot niet vlug genoeg gegeven worden.

In de eerste 15 km mochten meteen 500 meter hoogteverschil overwonnen worden. We lieten de snelle mannen rijden en hielden onze hartslag in de gaten om ons tempo te bepalen. Het weer was goed, maar bewolkt met een kleine 20 graden. Ideaal fietsweer dus. Ik had beloofd om bij Andy te blijven, Brecht en Tom gingen iets sneller in de beklimmingen en hadden al snel een voorsprong die het moeilijk maakte iedere keer te moeten wachten. De eerste bevoorrading was dik in orde. Brood met paté, allerlei fruit en sportdrank om onze bidons en camelback’s te vullen. We hadden net een snelle afdaling op brede grintwegen achter de rug, maar nu kwam de heavy stuff. Voor ons doemden de werkloze skiliften op en waar men een maand of twee geleden nog op twee latten naar beneden kwamen, moesten we nu op twee wielen naar boven. Het zwaartepunt van de dag lag klaar om verorberd te worden 30 km met hoofdzakelijk klimmen, een + hoogteverschil van net geen kilometer.

Afzien en genieten lagen op de weegschaal, maar hoe dichter we het hoogste punt naderden, hoe meer de balans ging overhellen aan de kant van het genieten. Het uitzicht was magisch, de voldoening om boven te zijn enorm. Toen mijn compagnon ook aanpikte, reden we een paar kilometer op de kam van de berg, wat een spectaculair zicht opleverde. Daarna doken we naar beneden. Het is te zeggen, de afdaling was zo steil en ging langs bochtige single-tracks zodat je héél geconcentreerd moest fietsen. Deze afdaling kon je ook helemaal niet snel nemen, daarvoor was het veel te gevaarlijk. Een minuutje voor ons moet iemand zijn bocht gemist hebben en een tiental meter lager terecht zijn gekomen. Op een druppeltje bloed aan zijn wenkbrauw na, leek hij ok. Dit was voor ons het sein om extra voorzichtig naar beneden te gaan.

De afdaling verliep goed, op ‘t gemakske tot Andy en ik plots onze naam hoorden. Op een zijweggetje zaten Tom en Brecht te bekomen van het feit dat Tom even de afgrond opgezocht had en een 20-tal meter naar beneden gestuiterd was. Wat er juist gebeurd is, weet niemand juist, alleen staat vast dat zijn achterrem defect was (olieverlies) en dat hij helamaal geschaafd, geblutst en gebuild uit het avontuur gekomen was. Gelukkig leek het erop dat er verder geen ersnstige lichamelijke schade was, dus als de fiets hersteld kon worden kon Tom beginnen aan dag 2.
Geplaatst in papa, sport
Reacties