Ja, ook Kerst en Nieuwjaar, maar die dagen bedoel ik niet. Voor iedereen met een cyclocrossminnend hart, zijn het absolute hoogdagen. Dat geldt nog meer voor wie zo nu en dan zelf een cyclocross-ros onder zijn kont schuift. Ik prijs mij sinds dit seizoen gelukkig tot de laatste categorie te behoren. Geen minuut, wat zeg ik, geen seconde spijt heb ik er al van gehad een veldrijfiets aan te schaffen en in het circuit te stappen van de amateurwedstrijden van de LRC.
De sfeer die op zo’n wedstrijden hangt is uniek. Je komt er sportievelingen tegen van alle maten en gewichten, van 7 tot 77 jaar. Iedereen zegt goeiendag tegen iedereen, zelfs al ken je de mens in kwestie helemaal niet. Vandaag werd ik zelfs aangemoedigd door supporters van tegenstanders, die blijkbaar ook mijn naam aan mijn nummer hadden gekoppeld.
Het rijden van een velritkoerske omvat een relatief geordend ritueel. Thuis wordt het rugnummer (vast- 31) opgespeld, wat al een eerste adrenalinestootje teweegbrengt, gevolgd door autorijden, ondertussen een gelleke + banaan eten en drinken om eventuele krampen tegen te gaan. Aangekomen is het de gewoonte goeiendag zeggen tegen iedereen en sinds een paar weken ook mijn Ardooise compagnons Steven en Geert op te zoeken, gevolgd door een voorzichtige peiling naar elkaars emotionele en fysieke toestand (iets in de richting van ‘in form ?’ of ‘top 10 vandaag?’). De volgende hormonenopstoot komt bij de verkenning van het parcours. Heel belangrijk is dit voor het opdoen van vertrouwen of voor het kelderen ervan. De bandenspanning wordt bijgesteld ; meestal vertrek ik op de verkenning met harde banden (5 bar) en laat ik er genoeg lucht uit om meer grip te hebben op de modderige stukken, maar ook niet te veel , want dat ‘loopt’ niet op de harde stukken.
Als de verkenning erop zit, is het gewoon zenuwachtig worden tot en met de start. Elkaar een beetje opnaaien, de moeilijke stukken nog eens doornemen, ‘probeer je daar te rijden of ga je zowiezo lopen ?’, nog eens voelen aan de spanning van je banden en aan die van je collega’s, en dan een opmerking maken in de richting van: ‘jij rijdt hard’ of ’jij rijdt zacht’ (je moet er altijd van uitgaan dat alleen jij met de ideale spanning rijdt). Als de namen omgeroepen worden, stijgt de spanning ten top, iedereen neemt op commando plaats, de spieren spannen zich en de concentratie stijgt, iedereen gaat nog een beetje naar voor, gevolgd door het verlossende fluitsignaal.

Van agressie tussen deelnemers is helemaal geen sprake, hoogstens wordt er een keer (of twee) luid gevloekt bij het ingaan van de eerste bocht maar vanaf dan is het ieder voor zich. Geen ploegtactiek, geen wieltjeszuigerij, alleen afzien, de grens opzoeken van wat je lichaam een minuut of 40 aankan en zo dicht mogelijk bij die grens blijven zonder er te veel over te gaan. Natuurlijk zijn er parcoursen die mij beter liggen dan andere, wat tijdens de verkenning al snel duidelijk werd. Het ideale parcours voor mij is een combinatie tussen een snelle en technische (lees gladde) omloop. Omdat ik al redelijk wat punten verzameld heb, mag ik ondertussen starten vanaf de tweede rij, wat maakt dat ik meestal vertrokken ben bij de eerste 5. Op een zwaar modderig parcours gaan mij al snel een paar ‘mannen van de grote plateau’ voorbij, maar op een technisch parcours is het al heel wat moeilijker voor die mannen om voorbij te steken. Schrik heb ik niet, waardoor ik in de eerste twee ronden de eersten redelijk goed kan volgen. Dan komen mij over het algemeen, op de ‘power-stroken’ nog een paar man voorbij, waarna het kwestie is van de consolideren en niet te veel fouten te maken. Want fouten maak je zeker, anders ben je veel te voorzichtig en dus traag bezig.

Het gevoel zoals vandaag, als je lijkt te vliegen, is met weinig woorden te beschrijven, het is tegelijkertijd verschrikkelijk afzien maar ook intens genieten van het feit dat je macht voelt in de benen, dat je een moeilijke passage vlotjes doorgekomen bent of dat je iemand dubbelt die jou in een andere situatie al eens op een ronde gezet heeft.
Toch lijkt de cross altijd langer te duren dan de 40 minuten. Als je denkt de laatste of hoogstens de voorlaatste ronde aan te snijden, prijkt daar steevast het bordje ‘4 ‘ wat je noodzaakt je laatste restje moral bijeen te harken en er nog eens een lap op te geven, maar toch ook eens om te kijken of er niemand is die onrustwekkend dicht aan het naderen is. Dan komt, terwijl je alle kracht uit de benen voelt vloeien en je steeds meer op zoek gaat naar een nog kleiner verzetje, toch die laatste ronde en de meet die je in het beste geval uitbollend kan overschrijden.
Wat er gedaan wordt na de aankomst kan kort als volgt samengevat worden:gokken naar je plaats, een vestje aandoen, gaan spieken op het blaadje van de ‘official’, felicitaties uitdelen en krijgen van collega’s en beseffen dat het er alweer opzit en dat er weer minstens één uur zal moeten gespendeerd worden aan het schoonmaken en het onderhouden van de fiets, wat meteen het begin van het ritueel is van de volgende cross (volgende week zaterdag in Staden).

Ook Steve Ramon was van de partij in Wijtschate
Reacties